Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres,
[dochter]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Chinese nationaliteit houdende vrouw verblijvend in India, verzocht samen met haar minderjarige dochter om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt met officiële of voldoende indicatieve documenten, ondanks een identificerend gehoor en overgelegde documenten van de Welfare Society.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de verklaringen en documenten niet voldoende had meegewogen, maar dat in het bestreden besluit de motivering uitgebreider was en verweerder de verklaringen als ongeloofwaardig beoordeelde. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen bewijsnood aannam, mede vanwege tegenstrijdigheden en ongeloofwaardigheid in het relaas over de inbeslagname van de Chinese identiteitskaart.
Omdat eiseres geen substantiële indicatieve documenten overlegde en haar identiteit niet aannemelijk maakte, hoefde de rechtbank niet te beoordelen of de gezinsband met de referent aannemelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de hoorplicht werd niet geschonden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit.