ECLI:NL:RBDHA:2020:14100
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning tijdelijke humanitaire gronden en afwijzing wijzigingsverzoek wegens mensenhandel
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw en slachtoffer van mensenhandel, kreeg een verblijfsvergunning onder de beperking tijdelijke humanitaire gronden. Na een besluit van het Openbaar Ministerie om niet tot vervolging over te gaan, trok de Staatssecretaris de vergunning met terugwerkende kracht in en wees het verzoek tot wijziging naar niet-tijdelijke humanitaire gronden af.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking met terugwerkende kracht wettelijk is toegestaan en niet in strijd is met Europese richtlijnen. Het vertrouwensbeginsel wordt niet geschonden omdat de intrekking in het voornemen met terugwerkende kracht werd aangekondigd. De rechtbank vindt dat de Staatssecretaris voldoende gemotiveerd heeft dat geen bijzondere individuele omstandigheden bestaan die verblijf in Nederland rechtvaardigen.
Hoewel de hoorplicht niet volledig is nageleefd, wordt dit gebrek gepasseerd omdat eiseres in beroep haar standpunten heeft kunnen toelichten. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en de afwijzing van het wijzigingsverzoek wordt ongegrond verklaard.