Uitspraak
Rechtbank den haag
[de minderjarige],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
dat gedaagde voldoende heeft onderbouwd dat de belangen aan zijn zijde zodanig zwaarwegend zijn dat de belangenafweging desondanks in zijn voordeel moet uitvallen. Dat geldt naar oordeel van de voorzieningenrechter zolang er geen essentiële wijziging/verbetering optreedt in de veiligheidssituatie en de internationale verhoudingen (hetgeen ziet op de belangen als genoemd onder ii en iii). Van een dergelijke wijziging ten goede is niet gebleken.