ECLI:NL:RVS:2018:3992
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding rechtsbijstand bij verknochte asielprocedures van zussen
De zaak betreft een geschil over de vergoeding voor rechtsbijstand verleend aan twee zussen met asielprocedures die de raad voor rechtsbijstand als verknocht aan elkaar heeft aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de zaken niet verknocht waren omdat de zussen een eigen bekeringservaring hadden. De raad stelde in hoger beroep dat de zaken inhoudelijk nauw samenhangen vanwege het gedeelde vluchtverhaal, de gelijktijdige bekering tot het christendom en de gezamenlijke problemen met de familie.
De Raad van State stelt dat zaken niet identiek hoeven te zijn om verknocht te zijn, maar dat een inhoudelijke samenhang voldoende is. Uit de feiten blijkt dat de zussen samen gevlucht zijn, een nagenoeg gelijk feitencomplex ten grondslag ligt aan hun bekering en dat zij dezelfde problematiek delen. De Raad oordeelt dat de raad terecht heeft vastgesteld dat de zaken verknocht zijn en dat de vergoeding daarom samen mag worden vastgesteld.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de raad ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de raad wordt ongegrond verklaard en de vergoeding voor rechtsbijstand mag samen worden vastgesteld vanwege verknochtheid van de zaken.