Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
.
RVS:2018:1795
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Iraakse nationaliteit, heeft een verblijfsstatus als vluchteling in Griekenland verkregen die geldig is van 12 april 2018 tot 11 april 2021. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in een andere EU-lidstaat.
Eiser voerde aan dat hij Griekenland kort na het verkrijgen van zijn status heeft verlaten zonder zijn rechten als statushouder te effectueren, vanwege de slechte situatie aldaar. Ook stelde hij dat zijn psychische klachten onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het vertrek uit Griekenland zonder het effectueren van rechten onvoldoende is gemotiveerd en dat de situatie in Griekenland niet wezenlijk is verslechterd volgens vaste rechtspraak van de ABRvS.
Daarnaast heeft eiser onvoldoende medische stukken overgelegd om te onderbouwen dat zijn terugkeer in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt het vertrouwen dat Griekenland adequate medische zorg biedt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de aanvraag terecht niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.