Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder stelt terecht dat de verklaringen van de familieleden van de partner mogelijk niet geheel objectief zijn, maar in samenhang met de overige bewijsstukken kan ook daaraan niet elke betekenis worden ontzegd. Eiser heeft er terecht op gewezen dat hij zijn dochter heeft erkend en zo spoedig mogelijk, gelet op de leeftijd van zijn partner, het juridische gezag over zijn dochter geregeld heeft. Ook heeft hij aangetoond, voor zover mogelijk, financieel bij te dragen aan haar onderhoud. Ter zitting hebben eiser en zijn partner verklaard dat eiser zo veel mogelijk bij zijn dochter en partner verblijft, maar dat er op dit moment vanwege het aantal inwoners geen inschrijvingen op dit adres mogelijk zijn. Dat [dochter 1] zeer gehecht is aan eiser blijkt ook uit het feit dat [dochter 1] drietalig is: zij spreekt Nederlands met haar moeder en op school, Engels met haar vader en Frans met haar grootmoeder.
Gelet op de bewijsstukken die eiser heeft ingebracht en de verklaringen van eiser en zijn partner ter zitting, is de rechtbank van oordeel dat eiser daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zorg- en opvoedingstaken verricht die het marginale karakter ontstijgen. Daaruit volgt dat in het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd hoe verweerder zich, zonder nader onderzoek of betrokkenen nader te horen, op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen sprake is van daadwerkelijke zorg en dat de afhankelijkheid tussen eiser en zijn dochter, zodanig dat zij gedwongen zou worden het grondgebied van de Europese Unie te verlaten als aan eiser een verblijfsrecht wordt geweigerd, ontbreekt. Uit het arrest Chavez Vilchez volgt dat het op de weg van verweerder ligt om aan de hand van de door eiser verstrekte gegevens de afhankelijkheidsverhouding met zijn dochter te onderzoeken. Dit betekent dat verweerder zich bij zijn beoordeling niet kan beperken tot de vaststelling dat eiser onvoldoende objectieve bewijsstukken heeft overgelegd. Daarbij ziet de rechtbank niet in wat de waarde is van een ouderschapsplan over de zorg- en opvoedingstaken, bekrachtigd door een rechtbank, in het geval de ouders van het betrokken kind een relatie hebben en deze taken zoveel mogelijk samen verrichten.
Verweerder dient de gestelde afhankelijkheidsverhouding daarom actief en zo nodig met inschakeling van een deskundige, bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming, te onderzoeken. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat eiser ten onrechte niet in bezwaar is gehoord. Gelet op het voorgaande kan immers niet worden gesteld dat er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over bestaat dat de bezwaren van eiser niet tot een ander besluit kunnen leiden.