ECLI:NL:RBDHA:2020:4326
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid bekering
Eiser, een Iraanse asielzoeker, diende in 2015 een asielaanvraag in die in 2017 werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn bekering tot het christendom. Na een eerdere uitspraak waarin de rechtbank de motivering van verweerder onvoldoende achtte, wees verweerder opnieuw een afwijzend besluit toe. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende rekening hield met passieve elementen van zijn bekering en onvoldoende uitleg gaf over tegenstrijdigheden in zijn verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder weliswaar enkele vaagheden in de verklaringen van eiser terecht aanvoerde, maar onvoldoende indringend en specifiek heeft gemotiveerd waarom verklaringen van kerkelijke instanties en een rapport van Stichting Gave niet opwegen tegen zijn eigen oordeel. Het rapport en de verklaringen van derden bieden nieuwe inzichten en bevestigen aspecten van de bekering die verweerder onvoldoende heeft meegewogen.
Daarnaast werd het beroep op medische gronden verworpen omdat de noodzakelijke behandeling in Iran beschikbaar is. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro en gaf verweerder zes weken de tijd voor een nieuw besluit, waarbij een zorgvuldige motivering van de geloofwaardigheid van de bekering vereist is. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder moet een nieuw besluit nemen.