Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 28 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Daarnaast heeft verweerder bepaald dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en dat aan hem geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) wordt verleend.
Overwegingen
rapportvan het nader gehoor, nu dit niet dezelfde persoon is als de gehoormedewerker.
Uit het rapport volgt – kort samengevat – dat Stichting Gave de bekering wel geloofwaardig acht en dat de besluitvorming van verweerder te kort schiet. Verweerder stelt hierbij voorop dat uit de rechtspraak van de Afdeling (van 30 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3515, onder 3.3. en de aldaar aangehaalde uitspraken) volgt dat dergelijke rapporten kunnen dienen ter staving van een gestelde bekering van een vreemdeling, maar onverlet laten dat de vreemdeling (ook) tegenover de staatssecretaris overtuigende verklaringen af moet kunnen leggen over zijn bekering en het proces dat daartoe heeft geleid. Aan het rapport van Stichting Gave kan niet de waarde worden gehecht die eiser daaraan wenst te hechten. Verweerder beoordeelt het asielrelaas aan de hand van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling waarbij bijzonder gewicht toekomt aan de onderlinge samenhang van een asielrelaas en er wordt een weging verricht van de al dan niet geloofwaardig geacht elementen. Daarbij worden niet alleen de verklaringen van eiser betrokken maar ook de houding van de autoriteiten in het land van herkomst of de maatschappelijke opvatting over het zich afwenden van de islam en het bekeren tot het christendom. Daarbij wordt ook bezien wat bekend is over andere vreemdelingen die bekeerd zijn in vergelijkbare situaties (verwezen wordt naar de uitspraak van de Afdeling van 13 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:891). Een rapport van Stichting Gave maakt een dergelijke integrale geloofwaardigheidsbeoordeling niet en baseert zich uitsluitend op de door de vreemdeling gegeven antwoorden over de bekering (verwezen wordt naar de uitspraak van de Afdeling van 30 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3502). Daarom kan er geen doorslaggevende betekenis toegekend worden aan het rapport. Overigens blijkt ook uit het rapport, dat dhr. Visscher eiser niet zelf gesproken heeft en het rapport heeft opgesteld aan de hand van de stukken die reeds in het dossier zitten. Daarnaast wijst verweerder erop dat niet is gebleken dat Stichting Gave een vaste onderzoeksmethode hanteert (verwezen wordt naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 2 april 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3292). Het rapport kan volgens verweerder niet opwegen tegen de eigen verklaringen van eiser, die op diverse onderdelen niet overtuigen, zoals in het bestreden besluit gemotiveerd is overwogen. De stelling van eiser dat zijn relaas wel authentiek is, wordt dan ook niet gevolgd.”