ECLI:NL:RBDHA:2020:4410
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang onrechtmatig verblijvende vreemdeling met zwaar inreisverbod
Eiser, een Eritrese vreemdeling zonder rechtmatig verblijf en met een zwaar inreisverbod van tien jaar, verbleef in de Tijdelijke Opvang Ongedocumenteerden (TOO) te Amsterdam. Verweerder, de gemeente Amsterdam, beëindigde de opvang op grond van het Uitvoeringsplan Programma Vreemdelingen, omdat eiser niet tot de doelgroep behoort vanwege het inreisverbod.
Eiser stelde dat verweerder verantwoordelijk is voor het bewaken van zijn humanitaire ondergrens en dat hij vanwege zijn medische toestand en het onterecht opgelegde inreisverbod recht heeft op opvang. Verweerder voerde aan dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verantwoordelijk is voor de opvang van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf en dat het Programma Vreemdelingen buitenwettelijk begunstigend beleid is dat slechts op consistentie kan worden getoetst.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder niet gehouden is tot opvang en dat de beëindiging van de opvang in overeenstemming is met het beleid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank wees tevens het verzoek om griffierechtsvrijstelling toe.
De uitspraak bevestigt dat de verantwoordelijkheid voor opvang van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf bij de staatssecretaris ligt en dat gemeenten slechts een faciliterende rol vervullen binnen het kader van buitenwettelijk begunstigend beleid.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de opvang wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.