ECLI:NL:RBDHA:2020:6278
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis Eritrese pleegkinderen
Eisers, Eritrese pleegkinderen van een referent met een verblijfsvergunning in Nederland, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis aan. De Staatssecretaris wees deze aanvragen af wegens onvoldoende bewijs van de familierechtelijke relatie en identiteit van eisers, en het niet aannemelijk maken van het overlijden van hun biologische vader.
Eisers voerden aan dat het besluit in strijd was met de Gezinsherenigingsrichtlijn en het arrest E. tegen Nederland, en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door geen DNA-onderzoek aan te bieden. De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvragen zorgvuldig had beoordeeld volgens de geldende gedragslijn en jurisprudentie, en dat de overgelegde doopaktes niet betrouwbaar waren.
Verder was niet aannemelijk gemaakt dat de biologische vader was overleden, mede door tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van een overlijdensakte. Eisers konden ook niet met voldoende bewijs de gezinsband aantonen. De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de afwijzing van de mvv-aanvragen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor de Eritrese pleegkinderen wordt ongegrond verklaard.