ECLI:NL:RBDHA:2020:6328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ongeldige ingebrekestelling afgewezen
Eiser had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. De rechtbank had dit beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling niet voldeed aan de vereisten, met name doordat niet duidelijk was op welke aanvraag deze betrekking had.
In het verzet beoordeelde de rechtbank of er redelijke twijfel bestond over haar eerdere oordeel. Opposant stelde dat verweerder aan de hand van het v-nummer en de ontvangstbevestiging had kunnen achterhalen om welke aanvraag het ging, en dat het ontbreken van het zaaknummer niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden.
De rechtbank oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van de indiener is om duidelijk te maken op welke aanvraag de ingebrekestelling betrekking heeft. Het v-nummer volstaat niet en de enkele ontvangstbevestiging wijst niet op een geldige ingebrekestelling. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier A.E. Paulus en is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2020. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens een ongeldige ingebrekestelling is ongegrond verklaard.