Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de staatssecretaris van Defensie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiser is met ingang van 5 maart 2018 aangesteld als militair bij het beroepspersoneel van de krijgsmacht. Op 25 juni 2018 is eiser in de functie van schutter (V)SRAT geplaatst bij de A-compagnie van 13 Infanteriebataljon (AALST) Regiment Stoottroepen Prins Bernhard.
zero tolerancebeleid. Gelet op de mogelijke effecten van harddrugs, de positie van Defensie in de (internationale) maatschappij en de aard van de werkzaamheden die militairen uitvoeren, acht verweerder het onacceptabel dat de veiligheid van medewerkers of het materieel van Defensie in gevaar wordt gebracht door drugsgebruik. Bovendien rekent verweerder het eiser zwaar aan dat hij drugs heeft gebruikt zo vlak voor hij naar het Caraïbisch gebied zou vertrekken waar Defensie een grote rol speelt in de bestrijding van drugs en hij over dit onderwerp eerder op de dag nog een presentatie heeft gehad. Voor een lichtere maatregel dan ontslag ziet verweerder geen reden.
slechts tot ontslag op grond van wangedrag kan worden overgegaan indien de feiten die aan het ontslag ten grondslag worden gelegd, niet voor gerede twijfel vatbaar zijn.’Volgens eiser is het onvoldoende voor verweerder om in zijn algemeenheid slechts te stellen dat het bestuursrecht een andere bewijsverdeling kent dan het strafrecht. Verweerder stelt ten onrechte dat hij op grond van vaste jurisprudentie van de Raad mag afgaan op de eerst afgelegde verklaring en dat verweerder eiser daarom houdt aan zijn eerst afgelegde verklaring dat hij cocaïne heeft gebruikt. De door verweerder genoemde jurisprudentie ziet niet op de zaak van eiser. Verweerder had ander relevant steunbewijs moeten benoemen waaruit blijkt dat eiser harddrugs heeft gebruikt.
Beslissing
mr. J.R. van Veen, griffier.