ECLI:NL:CRVB:2021:2640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.T.H. Zimmerman
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag militair wegens gebruik harddrugs in dienst
Appellant, militair sinds 5 maart 2018, werd op 19 september 2018 betrapt op het gebruik van een harddrug tijdens een eindfeest. Hoewel aanvankelijk ontkend, gaf appellant later toe iets te hebben gebruikt. Hij en een collega verklaarden beiden dat zij een substantie genaamd SOS, een benaming voor cocaïne, hadden opgesnoven.
Na onderzoek en het horen van verklaringen werd appellant geschorst en voorgedragen voor ontslag wegens wangedrag. De minister verleende het ontslag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). Appellant stelde in hoger beroep dat het gebruik van een harddrug niet bewezen kon worden omdat er geen drugstest was afgenomen en geen cocaïne was aangetroffen.
De Raad oordeelde dat de consistente verklaringen van appellant en zijn collega, gecombineerd met uiterlijke kenmerken van drugsgebruik, voldoende bewijs vormden om het wangedrag vast te stellen. Het ontbreken van een drugstest stond niet aan het ontslag in de weg. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant als militair bevestigd.