Eiseres, bekend met een autismespectrumstoornis en PTSS, vroeg om vergoeding van opleidingskosten voor een hulphond op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Het college wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. Eiseres stelde dat het onderzoek naar haar ondersteuningsbehoefte onvoldoende was en verwees naar jurisprudentie die stelt dat een volledig en zorgvuldig onderzoek vereist is.
De rechtbank constateert dat het college onvoldoende concreet heeft vastgesteld welke problemen eiseres ervaart in zelfredzaamheid en participatie, en welke ondersteuning noodzakelijk is. Het onderzoek voldoet niet aan de eisen van het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Het college heeft onvoldoende onderbouwd waarom de maatwerkvoorziening beschermd wonen voldoende zou zijn en waarom een hulphond niet noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit gebaseerd is op onvoldoende onderzoek en een gebrekkige motivering. Daarom geeft zij het college de mogelijkheid het gebrek te herstellen door aanvullend onderzoek te verrichten, inclusief een medisch advies van een deskundige op het gebied van autismespectrumstoornis en PTSS. Totdat het onderzoek is afgerond, houdt de rechtbank verdere beslissingen aan.