ECLI:NL:RBDHA:2020:7590
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op opvang en verstrekkingen COA wegens ontbreken acute medische noodsituatie
Eiseres, een Marokkaanse vrouw geboren in 1943 en onder curatele van haar dochter, maakte aanspraak op opvang en verstrekkingen van het COA op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege haar gezondheidstoestand. Het COA beëindigde dit recht per 4 januari 2020, omdat eiseres niet viel onder de categorieën van de Regeling verstrekking asielzoekers (Rva) en haar nieuwe aanvraag geen recht op opvang gaf.
Eiseres voerde aan dat er sprake was van een acute medische noodsituatie en dat zij recht had op opvang en verstrekkingen conform artikel 3, derde lid, aanhef en onder h, van de Rva. Zij stelde dat het COA zelfstandig moest toetsen en niet mocht wachten op een beslissing van de staatssecretaris.
De rechtbank oordeelde dat een acute medische noodsituatie alleen relevant is voor feitelijke opvang, welke eiseres niet wenst omdat zij bij haar dochter woont. Tevens is eiseres verzekerd van toegang tot noodzakelijke medische zorg via het CAK. Het COA is gebonden aan de Rva en mag niet zelfstandig toetsen of eiseres aan de voorwaarden voldoet wanneer dit afhankelijk is van een oordeel van de staatssecretaris.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Eiseres kan bij spoedeisend belang een voorlopige voorziening aanvragen bij de staatssecretaris. De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het beëindigen van haar recht op opvang en verstrekkingen door het COA is ongegrond verklaard.