ECLI:NL:RBDHA:2020:8327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens schending inlichtingenplicht bij gezamenlijke huishouding
Eiseres kreeg een boete opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wegens het niet melden van het voeren van een gezamenlijke huishouding met haar partner sinds 4 juli 2017, wat een schending van de inlichtingenplicht volgens de Participatiewet inhoudt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft aangetoond dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden. De boete is berekend op basis van normale verwijtbaarheid en rekening houdend met de draagkracht van eiseres, waarbij het inkomen van haar partner conservatief is ingeschat.
Eiseres voerde aan dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding vóór april 2019 en dat de boete te hoog is, mede vanwege haar financiële situatie en de zorg voor jonge kinderen. De rechtbank acht deze argumenten onvoldoende onderbouwd en ziet geen dringende redenen om van boeteoplegging af te zien.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de boete van €1.766,40 blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de boete van €1.766,40 wegens schending van de inlichtingenplicht.