Eiseres diende een asielaanvraag in die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht. Nederland had een verzoek tot overname gedaan dat Italië op 28 november 2019 aanvaardde. De overdrachtstermijn van zes maanden liep daardoor tot 28 mei 2020.
Verweerder stelde dat de overdrachtstermijn was opgeschort wegens een bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van een reguliere verblijfsvergunning, waardoor de termijn zou zijn verlengd tot 22 oktober 2020. De rechtbank stelde echter vast dat de opschorting van de overdrachtstermijn alleen kan plaatsvinden op grond van artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening, en dat het bezwaar tegen de reguliere aanvraag geen rechtsmiddel tegen het overdrachtsbesluit zelf was.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat het nationale beleid in paragraaf B1/7.2 van de Vreemdelingencirculaire een wettelijke grondslag biedt voor opschorting van de overdrachtstermijn. Omdat eiseres niet binnen de overdrachtstermijn aan Italië was overgedragen, is Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van haar asielaanvraag. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten aan eiseres toegekend.