ECLI:NL:RBDHA:2020:8819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens gebrek motivering en onjuiste risico-inschatting
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 20 maart 2020, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft bij tussenuitspraak vastgesteld dat het besluit motiveringsgebrek vertoonde, met name omdat de actuele situatie in Sudan na de machtswisseling van april 2019 onvoldoende was betrokken.
De staatssecretaris heeft vervolgens een aanvullende motivering ingediend waarin hij zijn eerdere standpunt herziet en erkent dat het lidmaatschap van de Al Umma-partij en deelname aan demonstraties niet per definitie leiden tot vervolging. Hij stelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Sudan.
De rechtbank oordeelt dat de aanvullende motivering het eerdere gebrek afdoende herstelt. De rechtbank gaat ook in op het beroep op het gelijkheidsbeginsel en concludeert dat geen sprake is van vergelijkbare gevallen. Verder wordt geoordeeld dat het besluit om de aanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen terecht is genomen, mede vanwege onjuistheden in de aanvraag en de herhaalde procedure.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand omdat het gebrek is hersteld. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het gebrek is hersteld.