Downtown Property B.V. verzocht om een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de functie van 18 studentenwoningen naar short stay logies aan de Scheepmakersstraat. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, weigerde de vergunning omdat short stay niet binnen de woonbestemming past en het belang van woningvoorraad zwaarder weegt dan het versterken van de logiesfunctie.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag van 2013 zag op studentenwoningen en niet op short stay of een studentenhotel. Short stay met verblijfsduur van enkele weken tot maanden is onvoldoende duurzaam om als wonen te gelden volgens het bestemmingsplan. Er is geen toestemming gegeven voor short stay in eerdere besluiten en geen concrete toezeggingen vanuit de gemeente.
Het besluit is zorgvuldig voorbereid; de aanvraag was duidelijk en verweerder hoefde geen nadere opheldering te vragen. Het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete toezeggingen zijn gedaan die short stay toestaan. De belangenafweging is gerechtvaardigd: woningvoorraad voor prioritaire groepen zoals studenten weegt zwaarder dan uitbreiding logiesfunctie.
Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat de aangehaalde vergelijkingen met andere locaties niet gelijk zijn vanwege andere bestemmingsplannen of feitelijke omstandigheden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.