Eisers, familieleden van een in Nederland verblijvende jongvolwassen vrouw uit Syrië, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om zich bij haar te voegen. De Staatssecretaris wees deze aanvragen af, onder meer omdat niet werd aangenomen dat sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en omdat niet voldoende bewijsnood werd erkend voor het ontbreken van identiteitsdocumenten.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris terecht de aanvragen van nareis heeft omgezet naar verblijfsdoel 'verblijf als familie- of gezinslid', maar dat de belangenafweging die volgde niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is. Met name het economisch belang werd te zwaar meegewogen, waardoor geen 'fair balance' werd gevonden. Ook werd ten onrechte de afhankelijkheid betrokken in de belangenafweging terwijl deze bij jongvolwassenen niet meegewogen mag worden.
Verder is vastgesteld dat eiseres 2 en 3 wel degelijk in bewijsnood verkeren omdat zij geen officiële identiteitsdocumenten kunnen verkrijgen door omstandigheden in Syrië, en dat de Staatssecretaris dit onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de Staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan eisers toegekend.