ECLI:NL:RBDHA:2021:11585
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië
Eiseres, een Ugandese nationaliteit houdende vrouw, diende op 28 april 2021 haar tweede asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres betwistte dit en stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer van toepassing is vanwege de slechte opvangomstandigheden en langdurige asielprocedure in Italië.
De rechtbank oordeelde dat Italië in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt, zoals bevestigd in eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Italië haar internationale verplichtingen niet nakomt, noch dat haar persoonlijke omstandigheden een ander oordeel rechtvaardigen.
Ook de stelling dat verweerder de asielaanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken, werd verworpen. De rechtbank vond geen bewijs dat de asielprocedure in Italië onredelijk lang duurt of dat er een lopende procedure is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.