ECLI:NL:RBDHA:2021:12306
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel op grond van interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk is verklaard op grond van het feit dat eiser reeds subsidiaire bescherming geniet in Italië. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen dit besluit behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de Italiaanse autoriteiten hebben bevestigd dat eiser een geldige verblijfsvergunning met subsidiaire bescherming heeft tot 11 januari 2022. Er zijn geen aanwijzingen dat eiser toegang tot of verblijf in Italië zal worden geweigerd. De rechtbank acht het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing, waarbij Nederland mag vertrouwen op de naleving van verdragsverplichtingen door Italië.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in Italië een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. De situatie voor statushouders in Italië is weliswaar moeilijk, maar niet extreem. De rechtbank concludeert dat de aanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.