ECLI:NL:RBDHA:2021:12337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm op AIO-aanvulling vanaf oktober 2019 terecht
Eiser ontvangt een AOW-pensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Verweerder paste in oktober 2019 de kostendelersnorm toe op de AIO-aanvulling van eiser, omdat diens meerderjarige zoon bij hem woonde. Eiser betwistte dit, stellende dat zijn zoon financieel niet bijdraagt en dat er sprake is van een schrijnende situatie.
De rechtbank stelt vast dat de zoon van eiser zijn hoofdverblijf heeft op het adres van eiser en ouder is dan 21 jaar, waardoor hij volgens de Participatiewet als kostendeler moet worden aangemerkt. Het feit dat de zoon niet financieel bijdraagt en medische beperkingen heeft, leidt niet tot een andere uitkomst. De wet voorziet niet in uitzonderingen op de kostendelersnorm wegens onredelijkheid of hardheidsclausule.
Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat zijn zoon pas in december 2019 is komen wonen, terwijl hij op 4 september 2019 schriftelijk verklaarde dat zijn zoon tijdelijk bij hem woonde. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat geen toezeggingen zijn gedaan die afwijken van de wettelijke regeling.
Het beroep van eiser tegen het besluit is ongegrond verklaard. Wel wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser, omdat verweerder het bezwaar aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaarde en dit later introk.
Uitkomst: De kostendelersnorm is terecht toegepast vanaf oktober 2019 en het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.