Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 30 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft eiser opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar, gerekend vanaf de datum dat eiser Nederland daadwerkelijk heeft verlaten.
Overwegingen
het voordeel van de twijfel’ en ‘
equality of arms’. Tot slot merkt eiser op dat het bestreden besluit niet vermeldt naar welk land hij moet terugkeren, wat het bestreden besluit – gelet op recente rechtspraak [3] – onrechtmatig maakt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover het ziet op het inreisverbod;
- bepaalt dat geen inreisverbod kan worden opgelegd omdat het bestreden besluit geen land van terugkeer vermeldt;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.496,-.