ECLI:NL:RBDHA:2025:1016
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inreisverbod en terugkeerbesluit in vreemdelingenrechtelijke zaak
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, tekent beroep aan tegen een inreisverbod van twee jaar dat door de minister is opgelegd omdat hij Nederland niet binnen de gestelde termijn heeft verlaten. De rechtbank behandelt het beroep en beoordeelt onder meer de juiste bekendmaking van het besluit, het gehoor voorafgaand aan het besluit, de geldigheid van het terugkeerbesluit en de mogelijke strijd met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat het besluit op juiste wijze aan eiser persoonlijk is uitgereikt, ondanks dat het niet aan zijn gemachtigde werd toegezonden. Eiser is op 16 oktober 2024 daadwerkelijk gehoord, waarbij hij weigerde te antwoorden en geen voorkeursadvocaat noemde. Het medisch dossier toont geen belemmering aan voor het horen van eiser op die datum.
Het terugkeerbesluit van 16 september 2021 wordt als rechtsgeldig beschouwd, mede omdat uit de motivering ondubbelzinnig blijkt dat Nigeria het land van terugkeer is. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat het inreisverbod in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat eiser onvoldoende onderbouwing geeft over zijn persoonlijke situatie.
Verder is vastgesteld dat het inreisverbod naast het rechtmatig verblijf gedurende een bezwaarprocedure kan blijven bestaan. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.