ECLI:NL:RBDHA:2021:13653
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking persoonsgebonden budget wegens niet tijdig en correct indienen declaraties
Eiseres ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wmo 2015 voor ondersteuning bij sociaal en persoonlijk functioneren. Verweerder trok het pgb in omdat eiseres niet tijdig en correct declaraties bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) had ingediend. De declaraties waren onvolledig, te laat of bevatten onduidelijke tarieven, waardoor ze werden afgekeurd.
Eiseres voerde aan dat zij wel pgb-vaardig was en dat zij gemachtigde had die de taken uitvoerde. De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig en correct indienen van declaraties een taak is die onder de pgb-voorwaarden valt en dat verweerder daarom bevoegd was het pgb in te trekken. Wel ontbrak in het besluit een belangenafweging, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de zorg daadwerkelijk was geleverd en betaald.
Verder verwierp de rechtbank de beroepen op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, omdat het pgb expliciet onder voorbehoud was toegekend. Ook was geen sprake van vooringenomenheid of strijd met het fair play-beginsel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten en wees het verzoek om vergoeding van wettelijke rente buiten beschouwing.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het pgb wordt ongegrond verklaard, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.