Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“13. Partijen verschillen wel van mening over het bezit van de deelnemingsrechten [beleggingsfonds 1] . Uit de gedingstukken volgt dat [beleggingsfonds 1] aan eiser 73.544 deelnemingsrechten [beleggingsfonds 1] heeft toegekend. Eiser heeft geweigerd in te stemmen met de toekenning van deelnemingsrechten, maar de toekenning is, voor zover de rechtbank begrijpt, in 2015 en 2016 door [beleggingsfonds 1] niet ingetrokken of anderszins ongedaan gemaakt.
14. Gelet op wat is vermeld in de brief van 23 december 2011 (zie onder 2) kan eiser niet volstaan - zoals hij heeft gedaan - met ontkenning dat hij een aanspraak op deelnemingsrechten [beleggingsfonds 1] heeft verkregen. Uit de brief blijkt dat dat participaties in [bedrijf 2] zijn omgevormd tot deelnemingsrechten [beleggingsfonds 1] . Ook al wenste eiser het omzetten van participaties [bedrijf 2] in deelnemingsrechten [beleggingsfonds 1] niet, dan betekent dit niet dat deze deelnemingsrechten niet tot het bezit van eiser zijn gaan behoren.
15. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de onderhavige zaken aan te houden in afwachting van de uitkomst van een civiele procedure, naar eiser stelt thans aanhangig bij de Luxemburgse rechter, waarvan de rechtmatigheid van omvorming van de deelnemingsrechten [beleggingsfonds 1] onderwerp zou zijn. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de uitkomst van die procedure van directe betekenis kan zijn voor het onderhavige geschil.”
)/1.20985) en per 1 januari 2016 op
Heffing participaties [bedrijf 1] en deelnemingsrechten [beleggingsfonds 1]
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2015 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 10.755;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2016 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 11.228;
- vermindert de beschikkingen belastingrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.