ECLI:NL:RBDHA:2021:15759
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige nationaliteit en relaas
Eiser vroeg asiel aan met het verhaal dat hij in Gambia werd gediscrimineerd vanwege het ontbreken van de Gambiaanse nationaliteit, wat leidde tot brandstichting en vervolging. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser in Italië geregistreerd staat met een andere geboortedatum en geen authentieke documenten overlegd heeft, waardoor de geloofwaardigheid van zijn verhaal ernstig wordt betwijfeld.
Eiser voerde aan minderjarig te zijn bij vertrek uit Gambia en dat hij zich in Italië heeft beklaagd over de onjuiste geboortedatumregistratie. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht uitging van de Italiaanse registratie, omdat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt met verifieerbare stukken. Ook het argument dat eiser niet de Gambiaanse nationaliteit bezit werd door de rechtbank verworpen, mede omdat eiser zelf eerder anders heeft verklaard.
Verder heeft eiser onvoldoende bewijs geleverd voor de brandstichting en de daaruit voortvloeiende vervolging. De rechtbank achtte het relaas over discriminatie onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Gambia zodanig werd beperkt dat terugkeer onaanvaardbaar is.
Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige nationaliteit en onvoldoende bewijs voor discriminatie en vervolging.