ECLI:NL:RBDHA:2025:6920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid geboortedatum en biseksuele geaardheid
Eiser heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de laatste op 23 maart 2023. De minister heeft deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze afwijzing.
De rechtbank stelt vast dat de minister terecht uitgaat van de geboortedatum 1991, zoals geregistreerd in Italië, en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om hieraan te twijfelen. De door eiser overgelegde geboorteakte uit 1999 wordt niet als voldoende bewijs beschouwd om de geboortedatum te wijzigen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de minister de biseksuele geaardheid van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De verklaringen van eiser zijn summier, tegenstrijdig en onvoldoende overtuigend, en het feit dat hij dit asielmotief pas recentelijk naar voren bracht, weegt mee in het oordeel.
De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen verblijfsvergunning noch proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.