Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [geboortedatum 1] 2001, en
,eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, pleegkinderen van een referent met een asielvergunning, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan in het kader van nareis. De aanvraag werd afgewezen omdat de identiteit van hun biologische ouders niet was aangetoond, wat essentieel is voor de beoordeling van de gezinsband.
Eisers stelden dat hun geboorteaktes voldoende bewijs vormden voor hun identiteit en die van hun biologische ouders, maar de rechtbank oordeelde dat geboorteaktes geen officiële identificatiedocumenten zijn omdat ze geen pasfoto bevatten en niet voldoen aan de Vreemdelingencirculaire. Ook ontbrak substantieel indicatief bewijs voor de identiteit van de biologische ouders.
Verweerder hoefde geen nader onderzoek te verrichten omdat geen bewijsnood bestond voor de identiteit van de biologische ouders. De rechtbank vond dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom nader onderzoek niet zinvol was. Eisers' beroep op het belang van het kind faalde omdat onvoldoende duidelijkheid bestond over de identiteit van het kind en de biologische ouders. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van de identiteit van de biologische ouders.