ECLI:NL:RVS:2020:50
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis Eritrese pleegkinderen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 juli 2017 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor twee Eritrese vreemdelingen af, die verblijf bij een referent, hun broer en pleegvader, beoogden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen en referent gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de identiteit van de vreemdelingen niet in geschil was, maar dat de staatssecretaris terecht oordeelde dat de vreemdelingen en referent onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij niet langer tot het gezin van hun biologische ouders behoren en dat de pleegrelatie niet overtuigend was onderbouwd. Ook ontbrak een plausibele verklaring voor het ontbreken van overlijdensakten van de ouders.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris gemotiveerd en conform de gedragslijn had gehandeld en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een aanvullend onderzoek vereisten. De grieven van de staatssecretaris slaagden, het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.