ECLI:NL:RBDHA:2021:15764
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier op grond van Afsluitingsregeling wegens niet beschikbaar voor vertrek
Eisers, allen van Armeense nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning regulier aan op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eisers niet beschikten over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeden aan de voorwaarden van de regeling, met name omdat zij zich meer dan drie maanden onttrokken hadden aan toezicht en niet beschikbaar waren voor vertrek.
Eisers voerden aan dat zij wel beschikbaar waren omdat het telefoonnummer van de vader bekend was bij instanties en stelden dat de toepassing van contra-indicatie e discriminerend was. De rechtbank oordeelde dat het enkel bekend zijn met een telefoonnummer onvoldoende is om beschikbaarheid aan te nemen en dat het onderscheid niet in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro.
Verder stelde de rechtbank vast dat het Unierecht niet van toepassing was op deze zaak en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro door verweerder correct was gemaakt. De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht had afgewezen en dat het beroep ongegrond was. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen en eisers werden vrijgesteld van griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan de Afsluitingsregeling en niet beschikbaar zijn voor vertrek.