ECLI:NL:RBDHA:2021:16136
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel Griekenland
Eiser, van Palestijnse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser al internationale bescherming geniet in Griekenland sinds januari 2019. Dit besluit is gebaseerd op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt aangenomen dat lidstaten hun verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag en het EVRM naleven.
Eiser voerde aan dat de situatie in Griekenland, mede onderbouwd met rapporten zoals het Aida-rapport en het RSA-rapport, problematisch is en dat hij mishandeld is in een opvangkamp. De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn rechten in Griekenland niet kan effectueren of dat hij zich voldoende heeft gericht tot Griekse autoriteiten.
Hoewel verweerder onvoldoende aandacht heeft besteed aan recente rapportages, blijkt uit deze informatie dat opvang en hulpverlening nog steeds mogelijk zijn. De rechtbank concludeert dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in dit geval terecht is toegepast en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.