ECLI:NL:RBDHA:2021:16344
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning verblijf bij partner wegens ontbreken mvv en onvoldoende bewijs duurzame relatie
Eiser heeft op 14 april 2020 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn partner met de Nederlandse nationaliteit. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en er geen vrijstelling van dit vereiste van toepassing was. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat eiser een duurzame en exclusieve relatie met zijn partner had.
Eiser heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening verzocht, waarna verweerder het bezwaar ongegrond verklaarde. Eiser stelde onder meer dat hij en zijn partner een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan en dat hij inmiddels is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Deze feiten waren echter pas na het bestreden besluit ontstaan, waardoor deze niet in de besluitvorming konden worden betrokken.
De rechtbank oordeelt dat de door eiser overgelegde foto’s, verklaringen van derden en WhatsApp-berichten onvoldoende objectief bewijs vormen van een duurzame relatie. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro leidt tot de conclusie dat het belang van de Nederlandse staat bij het handhaven van het toelatingsbeleid zwaarder weegt dan het belang van eiser. De hardheidsclausule wordt niet toegepast, mede vanwege de tijdelijke aard van COVID-19 reisbeperkingen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.