Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [geboortedag] 1994, van Afghaanse nationaliteit, eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 2 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 in Pro samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Overwegingen
- nationaliteit, identiteit en herkomst;
- de afvalligheid van de islam;
- de bekering tot het christendom;
- problemen en vrees bij terugkeer ten gevolge van de afvalligheid en bekering tot het christendom.
in deze uitsprakenheeft bepaald dat het nooit zeker is dat tatoeages altijd verborgen kunnen blijven
ongeachtde locatie en de grootte en daarom de enkele tatoeage van eiser aan terugkeer in de weg staat faalt dus, omdat naar het oordeel van de rechtbank uit deze uitspraken van de Afdeling volgt dat het al dan niet bedekt kunnen houden afhankelijk is van de concrete omstandigheden van elke zaak.