ECLI:NL:RVS:2016:435
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Iran
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 20 januari 2014 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat de vreemdeling nieuwe feiten heeft aangevoerd, namelijk dat hij en zijn gemachtigde de Iraanse ambassade hebben geïnformeerd over zijn bekering tot het christendom en afvalligheid van de islam, wat een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid vormt. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze informatie niet leidt tot een reëel risico van schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Iran.
Verder is vastgesteld dat de staatssecretaris ten onrechte een nieuw verweer in hoger beroep heeft ingebracht en dat het handelen van de vreemdeling en zijn gemachtigde niet kan worden beoordeeld als misbruik van recht wegens het ontbreken van wettelijke grondslag. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt hernieuwde besluitvorming met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris dient opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen.