Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. R. Deniz),
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een asielzoeker met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 5 september 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Kort na de inbewaringstelling bleek uit Eurodac-gegevens dat eiser eerder asiel had aangevraagd in Spanje en Zwitserland, waardoor hij als Dublinclaimant werd aangemerkt. Verweerder heeft de maatregel daarom op 7 september 2021 tijdig omgezet naar een andere wettelijke grondslag.
Eiser voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was omdat hij op een onjuiste grondslag in bewaring was gesteld en dat twee van de drie grondslagen onvoldoende waren gemotiveerd. De rechtbank oordeelt dat de niet-bestreden derde grondslag (artikel 59b, eerste lid, onder c) voldoende is om de maatregel te dragen. Daarnaast was de belangenafweging van verweerder uitgebreid en rechtvaardigde deze het niet toepassen van een lichter middel.
De rechtbank concludeert dat de maatregel niet onrechtmatig is geweest en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.