ECLI:NL:RBDHA:2021:17037
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens geldige Duitse vergunning
Eiseres, een Syrische minderjarige, heeft een asielaanvraag in Nederland ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk is verklaard omdat zij reeds een geldige asielvergunning in Duitsland bezit. Eiseres betoogde dat haar verblijf in Duitsland onrechtmatig was vanwege ontvoering door haar moeder en bedreigingen door familieleden, en dat terugkeer naar Duitsland een schending van haar fundamentele rechten zou opleveren.
De rechtbank oordeelde dat het bestaan van een geldige Duitse asielvergunning betekent dat eiseres een zodanige band met Duitsland heeft dat het redelijk is dat zij naar dat land terugkeert. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidt ertoe dat Nederland mag vertrouwen op de bescherming van fundamentele rechten door Duitsland, tenzij eiseres aannemelijk maakt dat dit niet het geval is. Eiseres heeft niet voldoende onderbouwd dat Duitsland haar niet adequaat kan beschermen.
Ook de wens van eiseres om bij haar tante in Nederland te verblijven en haar beroep op artikelen 10 en 11 van de Grondwet werden niet gevolgd, omdat deze niet voldoende onderbouwd waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege de geldige Duitse asielvergunning en de zodanige band met Duitsland.