ECLI:NL:RBDHA:2021:1934
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan
Eiser, een Turkse zelfstandige ondernemer, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid als zelfstandige. De aanvraag werd afgewezen omdat het ondernemingsplan onvoldoende concreet en onderbouwd was, met name ontbraken een toegespitste markt- en concurrentieanalyse en financiële onderbouwing. Ook was de werkervaring niet adequaat aangetoond.
Verweerder legde daarnaast een inreisverbod op voor twee jaar, dat niet in strijd werd geacht met het Aanvullend Protocol of de Associatieovereenkomst. Eiser voerde aan dat het ondernemingsplan wel voldeed, dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden en dat het inreisverbod disproportioneel was, maar deze bezwaren werden verworpen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende stukken had overgelegd en dat verweerder terecht de aanvraag niet aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland had voorgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.