ECLI:NL:RBDHA:2021:2042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis jongvolwassene
Eiser, een jongvolwassene met de Sierra Leoonse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij verweerder. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat verweerder oordeelde dat de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn moeder (referente) was verbroken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde dit eerdere besluit en oordeelde dat verweerder onvoldoende individuele beoordeling had verricht.
Bij het bestreden besluit wees verweerder de aanvraag opnieuw af met het argument dat eiser na het overlijden van de vriendin van referente zelfstandig koos om met een vriend in het huis van deze vriendin te blijven wonen, waarmee hij een stap naar zelfstandigheid zou hebben gezet. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze keuze een stap naar zelfstandigheid inhoudt en dat het noodgedwongen zelfstandig wonen als gevolg van het asielgerelateerde vertrek van referente onvoldoende is onderzocht.
Verder heeft verweerder niet adequaat onderzocht of eiser zich zelfstandig en moeiteloos heeft kunnen handhaven, terwijl eiser financieel werd ondersteund door de vader van zijn vriend. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.