ECLI:NL:RBDHA:2021:287
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag wijziging verblijfsdoel wegens onvoldoende middelen van bestaan
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling met een verblijfsvergunning voor studie, verzocht om wijziging van het verblijfsdoel naar verblijf als gezinslid bij zijn referente, met wie hij samenwoont en een kind heeft. De aanvraag werd afgewezen omdat de referente niet voldeed aan het inkomensvereiste, vastgesteld aan de hand van het bruto sociale verzekeringsloon.
Verweerder stelde dat het gemiddelde maandloon van de referente in 2019 onder de norm lag in zeven van de twaalf maanden, ondanks dat het gemiddelde over het jaar iets hoger was dan de norm. Eiser voerde aan dat recente loonstroken uit 2020 lieten zien dat de referente ruim boven de norm verdiende en dat verweerder ten onrechte geen individuele belangenafweging had gemaakt, verwijzend naar het Chakroun-arrest.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op Chakroun faalde omdat eiser geen concrete individuele omstandigheden had aangevoerd die verweerder had moeten meenemen. Ook werd geoordeeld dat verweerder terecht had vastgesteld dat de middelen van bestaan onvoldoende waren vanwege de maanden met een loon onder de norm. Het bezwaar was kennelijk ongegrond, zodat het horen van eiser niet noodzakelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende middelen van bestaan van de referente.