ECLI:NL:RBDHA:2021:3787
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing asielaanvraag op grond van Dublin-verordening met betrekking tot Italië
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank die zijn beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag ongegrond verklaarde. De afwijzing was gebaseerd op de Dublin-verordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen.
De rechtbank heeft in het oorspronkelijke vonnis zonder zitting uitspraak gedaan, omdat het oordeel buiten redelijke twijfel stond. Opposant stelde dat hij als bijzonder kwetsbare persoon moest worden aangemerkt en dat de opvang in Italië ontoereikend was, met ernstige gevolgen voor zijn gezondheid en veiligheid.
De rechtbank heeft deze argumenten getoetst aan recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en aan het AIDA-rapport. Hieruit volgt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden, ook voor kwetsbare personen, en dat er geen voldoende aannemelijke aanwijzingen zijn voor een schending van artikel 3 EVRM Pro in Italië.
De rechtbank oordeelt dat het verzet ongegrond is omdat de oorspronkelijke uitspraak terecht zonder zitting is gedaan en de aangevoerde bezwaren onvoldoende aanleiding geven tot twijfel over de uitkomst. Het verzet leidt niet tot een heropening van de zaak en de uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is.