Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2021 in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
- de aan eiseres verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’ met terugwerkende kracht tot 3 januari 2019 ingetrokken, en
- de aanvraag van eiseres tot wijziging van de beperking waaronder de verblijfsvergunning aan haar is verleend in ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen.
Overwegingen
met terugwerkende krachtvan haar verblijfsvergunning onrechtmatig is. Hiertoe voert zij aan dat het intrekken met terugwerkende kracht van een verblijfsvergunning zoals die aan haar is verleend in strijd is met verweerders beleid in paragraaf B8/3.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc), met Richtlijn 2004/81/EG (van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie) – welke richtlijn volgens eiseres op onjuiste wijze is geïmplementeerd – en met Richtlijn 2011/36/EU (van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan). Verder voert eiseres hiertoe aan dat de intrekking met terugwerkende kracht van haar verblijfsvergunning in strijd is met het vertrouwensbeginsel. Ten slotte voert eiseres hiertoe aan dat verweerder op grond van artikel 4:84 van Pro de Awb had moeten afzien van intrekking van haar verblijfsvergunning met terugwerkende kracht.
met terugwerkende krachtintrekken van de vergunning rechtmatig is.
met terugwerkende krachtin te trekken, heeft verweerder geen beleidsregel toegepast – in paragraaf B8/3.2. van de Vc staat namelijk niet dat een verblijfsvergunning die op grond van artikel 3.48, eerste lid, aanhef en onder a, van het Vb is verleend met terugwerkende kracht wordt ingetrokken – maar uitvoering gegeven aan artikel 19, in verbinding met artikel 18, eerste lid, aanhef en onder f, van de Vw.
Rechtsmiddel
- risico van represailles ten opzichte van de vreemdeling en zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden;
- risico van vervolging in het land van herkomst, bijvoorbeeld op grond van prostitutie; en
- de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst.