Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Procedure
2.Feiten
3.Vordering en grondslag
I. aan [eiser] af te geven volledige kopieën van de arbeidsovereenkomst(en) tussen partijen, op straffe van een dwangsom;
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een geschil over de voortzetting van een arbeidsovereenkomst na afloop van de derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen eiser en Atlantic. Eiser stelde dat de arbeidsovereenkomst feitelijk was voortgezet en dat hij recht had op loonbetaling over de periode na 1 december 2020, terwijl Atlantic stelde dat de werkzaamheden na die datum op zzp-basis waren verricht.
De kantonrechter oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor de stelling van Atlantic dat sprake was van een opdrachtovereenkomst en dat eiser op grond van gedragingen mocht aannemen dat de arbeidsovereenkomst was voortgezet. De loonvordering over de maanden december 2020 tot en met februari 2021, inclusief vakantietoeslag en wettelijke verhogingen, werd toegewezen.
Daarnaast werd Atlantic veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten en verstrekking van de jaaropgaven 2019 en 2020. De vordering tot re-integratie werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Atlantic wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, buitengerechtelijke kosten en verstrekking van jaaropgaven.