ECLI:NL:RBDHA:2021:5256
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens onvoldoende bewijs pleegrelatie en onbekende biologische ouders
Eiseres, van Ethiopische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij haar gestelde pleegouder. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat de familierechtelijke relatie niet was aangetoond en de identiteit van de biologische ouders onbekend was, waardoor niet kon worden vastgesteld of de gezinsband met hen was verbroken.
Eiseres stelde dat de pleegrelatie vaststond omdat de moeder van de pleegouder voor haar had gezorgd en de pleegouder de zorg had overgenomen. Zij kon de biologische ouders niet opsporen omdat hun namen onbekend waren. Verweerder stelde dat eiseres en pleegouder zich onvoldoende hadden ingespannen om de biologische ouders op te sporen en dat de overgelegde documenten onvoldoende waren om de identiteit vast te stellen.
De rechtbank oordeelde dat zonder vaststelling van de identiteit van de biologische ouders niet kon worden aangenomen dat eiseres niet langer tot het gezin van haar biologische ouders behoorde. Daardoor kon geen feitelijke gezinsband met de pleegouder worden vastgesteld en was er geen familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een mvv afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van een feitelijke gezinsband.