ECLI:NL:RBDHA:2021:5651
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit Ziektewet-uitkering
Eiseres was werkzaam als Personal Assistant en beëindigde haar dienstverband in 2012. Na haar ziekmelding vroeg zij een Ziektewet-uitkering aan, die door verweerder werd afgewezen wegens een vermeende benadelingshandeling. Na diverse procedures oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de weigering onrechtmatig was en werd de uitkering alsnog toegekend met een nabetaling.
Eiseres vorderde vervolgens schadevergoeding wegens materiële schade (waardeverlies woning en misbruik ontslagvergoeding) en immateriële schade (geestelijk letsel door financiële problemen en dakloosheid). Verweerder wees dit af met het argument dat wettelijke rente de volledige schadevergoeding dekt bij vertraging in betaling.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie alleen wettelijke rente wordt toegekend bij vertraging in betaling van geldsommen, ook als het om uitkeringen gaat. Materiële schadeposten hangen samen met deze vertraging en komen daarom niet voor aparte vergoeding in aanmerking. De immateriële schade is onvoldoende onderbouwd met medisch bewijs en er is geen sprake van aantasting van fundamentele rechten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de wettelijke rente de volledige schadevergoeding vormt. Er is geen aanleiding voor vergoeding van aanvullende materiële of immateriële schade.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van materiële en immateriële schadevergoeding wordt ongegrond verklaard; alleen wettelijke rente wordt toegekend.