ECLI:NL:RBDHA:2021:5726
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, was sinds 22 januari 2021 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 4 februari 2021 bevestigd. Nu stond de rechtmatigheid van de bewaring vanaf die datum centraal, waarbij eiser aanvoerde dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije. Verweerder stelde dat de situatie anders is dan bij Marokko en verwees naar een laissez passer (LP) die in maart 2020 door Algerijnse autoriteiten was afgegeven, en lopende gesprekken over hervatting van LP-uitgifte.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat de laatste LP meer dan een jaar geleden is afgegeven en het ontbreken van concrete aanknopingspunten voor hervatting van LP-uitgifte betekent dat er vanaf 1 april 2021 geen zicht meer is op uitzetting. Daarom is het voortduren van de bewaring onrechtmatig en beveelt de rechtbank opheffing van de maatregel.
Daarnaast kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €2.300,- voor 23 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €1.068,-. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar Algerije, met toekenning van schadevergoeding.