ECLI:NL:RBDHA:2021:5792
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
Op 12 mei 2021 heeft de burgemeester van Den Haag besloten een woning te sluiten voor drie maanden vanwege het aantreffen van drugs en aan drugshandel gerelateerde goederen in de woning. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De politie vond onder meer 2,5 gram XTC, 10 gram hennep, 4 gram hasj, cocaïne op het balkon van de onderburen, meerdere telefoons, simkaarten, een weegschaal en ponypacks. De burgemeester achtte de sluiting noodzakelijk voor de openbare orde vanwege drugshandel.
Verzoekers stelden dat de drugs bestemd waren voor eigen gebruik en dat de sluiting disproportioneel was. De voorzieningenrechter oordeelde dat twee verzoekers geen procesbelang hadden en verklaarde hun verzoek niet-ontvankelijk. Ten aanzien van de hoofdverzoeker werd geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was en dat de sluiting noodzakelijk en evenredig was, mede gelet op de aantallen drugs, de vondst van handelgerelateerde goederen en antecedenten.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en stelde dat het besluit in bezwaar in stand kan blijven. Tevens werd vastgesteld dat het tijdsverloop tussen vondst en besluit niet onredelijk was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de sluiting onevenredig maakten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en twee verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard.