ECLI:NL:RVS:2017:2933
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens aanwezigheid handelshoeveelheid amfetamine
Op 17 februari 2016 werd in een woning een hoeveelheid van 216,1 gram amfetamine aangetroffen, waarvan 13,6 gram in 'seals' op tafel en 202,5 gram in een blik in de koelkast. De burgemeester legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last tot sluiting van de woning voor zes maanden op. De bewoners voerden aan dat de drugs bestemd waren voor eigen gebruik vanwege verslaving en medische problemen, en dat er geen aanwijzingen waren voor drugshandel.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot handhavend optreden omdat de hoeveelheid drugs de grens voor eigen gebruik ruim overschreed, waardoor het aannemelijk was dat de drugs bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. Ook het ontbreken van andere indicatoren voor handel was onvoldoende om dit te weerleggen. De Raad van State bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep.
Verder werd betoogd dat de last tot sluiting onevenredig was, mede omdat de woningcorporatie de huurovereenkomst had ontbonden en de bewoners daardoor geen alternatieve sociale huurwoning konden krijgen. De Raad van State overwoog dat het Damoclesbeleid van de burgemeester sluiting bij handelshoeveelheden rechtvaardigt en dat de gevolgen voor de bewoners niet onevenredig zijn in verhouding tot het doel van het beleid. Ook werd overwogen dat de sluiting wettelijk is voorzien en noodzakelijk is ter voorkoming van strafbare feiten en bescherming van anderen, waardoor geen strijd met artikel 8 EVRM Pro is.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de woning voor zes maanden bevestigd.