ECLI:NL:RBDHA:2021:5872
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf partner en minderjarige kinderen
Eiser, een Somalische nationaliteit bezittende persoon woonachtig in Zwitserland, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij zijn partner (referente) en hun minderjarige kinderen in Nederland. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarna bezwaar en beroep volgden.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van gezinsleven tussen eiser, referente en hun vijf minderjarige kinderen, en dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro van toepassing is. De Staatssecretaris heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van de Nederlandse overheid zwaarder weegt dan dat van eiser, en heeft niet adequaat onderzocht of gezinshereniging in Nederland in de toekomst mogelijk is.
Ook is onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de kinderen opgroeien en de zorgsituatie. De rechtbank constateert dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van referente en dat de belangenafweging en motivering gebrekkig zijn. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.